Stapeling regelgeving maakt vissers murw

Input voor nieuw Gemeenschappelijk Visserijbeleid

27 april 2009 – Visserijnieuws

HARLINGEN – Moeten wat je niet wil en niet kunnen wat je wel wil. Het is met name de absurd gedetailleerde en gestapelde regelgeving die de vissers machteloos en radeloos maakt. De frustratie hierover tekende de discussie-bijeenkomst over de hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) afgelopen zaterdag in Harlingen. De dag was goed georganiseerd en de belangstelling van met name vissers (en een enkele werfbaas en visverwerker) was groot.



Het quotasysteem kan blijven, maar de zeedagen moeten van de baan. Er moet een beloning/prikkel komen voor discardsbeperkende maatregelen door vissers. De visserman moet (bijvoorbeeld via de RAC´s) meer invloed krijgen op het beleid. En innovatie moet niet beperkt worden door inflexibele en onlogische regelgeving. Dat waren enkele van de belangrijkste uitkomsten die de notulisten van de twee keer vier groepsdiscussies aan het eind van de dag hadden opgetekend. Dat optekenen viel voor de gespreksleiders en notulisten niet mee, omdat de deelnemende vissers zich regelmatig lieten meeslepen door hun frustratie over het onvermogen om met de huidige regelgeving goed uit de weg te kunnen. ,,Graag ietsje concreter’’, werd bij aanvang van de tweede ronde dan ook dringend geadviseerd.


De toekomst van het GVB was het thema van de dag, die plaatsvond in de kantine van de afslag Harlingen en was georganiseerd door het Visserij Innovatie Platform (VIP), samen met LNV. Deze week komt de Europese Commissie met een groenboek over dit thema. In 2010-2011 komt de EC met concrete voorstellen en in 2012 moet het nieuwe GVB een feit zijn. ,,Dat lijkt nog een heel eind, maar de funderingen worden natuurlijk al veel eerder gelegd”, aldus directeur Visserij Albert Vermuë. LNV is gestart met diverse projecten om in september 2009 een zogenaamde ´position paper´ in te kunnen brengen bij de EC, en wil daarvoor uiteraard ook de mening van de visserijsector horen.

Vermuë schetste in het kort de doelstellingen van het GVB (een redelijk inkomen voor de vissers, belang consument, duurzame visbestanden en economische levensvatbaarheid) en de pijlers (marktbeleid, structuurbeleid, instandhouding, relaties derde landen, inspectie/controle). Er zijn reeds diverse hervormingen geweest. Zo werd in 2002 het voorzorgsprincipe geïntroduceerd en de ecosysteemgerichte aanpak.

Concreet kwamen er meerjarige herstelplannen, werd de capaciteit van de visserijvloot afgebouwd, verdwenen de nieuwbouwsubsidies, werd de controle opgevoerd en werd gepoogd het draagvlak voor het GVB te vergroten via onder meer de RAC´s. Voor Nederland van belang zijn met name de herstelplannen voor schol, tong en kabeljauw en vanaf 2004 de Noordzee-RAC en de Pelagische RAC. Een aantal zaken heeft zeker positief uitgepakt, maar veel doelstellingen zijn niet gehaald. Zo zijn nog lang niet alle visbestanden gezond. Bovendien gaat het de laatste jaren de sector economisch gezien niet voor de wind. Vermuë: ,,Als er ook maar iets tegenzit, zoals momenteel de visprijzen, dan ontstaan er direct problemen.”


Creativiteit

Er is door de jaren heen steeds meer beleid ´tussendoor´ gekomen. Het aantal EU-lidstaten is van de oorspronkelijk zes naar 27 gegroeid. Moet Oostenrijk ook meepraten over de quota voor schol en tong? Vermuë liet doorschemeren dat ook voor LNV de last van de regelgeving te groot wordt. ,,Het is een van de dilemma´s die is ontstaan. Is de regelgeving niet te complex en te ambitieus geworden? Moet de overheid niet wat minder zaken regelen en zaken overdragen?” De hervorming van het GVB zal ´fundamenteel´ zijn, en het totstandkomingstraject intensief. ,,Constructieve bijdragen vanuit de visserij zijn erg belangrijk.”

Een bijeenkomst als die in Harlingen moet voor die constructieve bijdragen zorgen. Na korte inleidingen van Vermuë, voorzitter Bram Bierens van het VIP, directeur Martin Scholten van Wageningen  IMARES en een toelichting op de gang van zaken door VIP-secretaris Joop Ehrhardt en Nicole Westerwaal van Schuttelaar & Partners werden de vijftig aanwezige sectorvertegenwoordigers verdeeld over vier discussietafels met elk een thema: discards, beheersmaatregelen, co-management en saneren/innoveren. Aan elke tafel een geschoolde gespreksleider en een notulist. Na de eerste discussieronde moest iedereen een andere tafel kiezen voor de tweede discussieronde, met dezelfde thema´s.

Een aantal min of meer recente wijzigingen in het GVB bleken de visserijvertegenwoordigers positief te beoordelen. Uiteraard de Biesheuvelgroepen en de verbeterde samenwerking tussen vissers en biologen bij bestandsopnamen, en verder de meerjarenplannen en de RAC´s. Vermuë constateerde tot zijn genoegen dat de sector zeer betrokken is bij het beleid en dat er nog heel veel creativiteit in de sector zit. De sector is echter niet zo goed in het communiceren van de goede dingen die ze doet, waardoor die niet zo snel opgepikt worden door de buitenwacht.



Boekje

Bram Bierens vond het een mooie dag geweest en beloofde dat de ideeën ´gestroomlijnd´ naar Den Haag zullen gaan. Hij kondigde voor de rest van het jaar nog twee VIP-bijeenkomsten aan en verblijdde de deelnemers bij vertrek met een mooi boekje over de 30 innovatieve projecten (van de 100 ingediende) die door het VIP zijn geselecteerd de afgelopen twee jaar.


DENEMARKEN – NEDERLAND

Albert van Urk vraagt aan een Deen op de haven: ,,Hoeveel zeedagen heb jij eigenlijk als je vist met 11,5 cm?” Dat blijken er 365 te zijn, tegenover slechts 90 voor de Nederlandse vissers . ,,Weg met die zeedagen. Onze quota gaan we dan vanzelf zo goedkoop mogelijk opvissen”, aldus Marco Ellen (TX 5).


Niet slechter

,,Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid is drie keer hervormd en drie keer mislukt. Ondertussen is de Belgische vloot verdwenen, de Engelse vloot, de Duitse vloot en de Deense vloot en wij in Nederland hebben nul kapitaal. Had je het de visserman zelf laten regelen dan had het niet slechter gekund’’, aldus Albert van Urk bij de aftrap van de discussies.