Aziatische import halveert Hollandse kweekvissector

24 maart 2009 – Telegraaf

Nederlandse viskwekerijen hebben het zwaar. Ze kunnen nauwelijks meer op tegen de buitenlandse concurrentie. De invoer van onder meer pangasius en tilapia uit Aziatische landen heeft zulke enorme hoeveelheden aangenomen, dat de productiebedrijven bij bosjes omvallen. Van de 125 kwekerijen die Nederland telde, zijn er nog maar 60 over.

Het ging zo goed met de ‘nieuwe visboeren’. Zo werden de (vooral voormalig varkens-) boeren genoemd die de overstap maakten van vlees naar visproductie. Velen maakten de overstap omdat er in de vis geld te verdienen viel, iets wat onder meer in de varkensvleessector steeds onzekerder werd. Meerval en paling bijvoorbeeld werden onder meer gekweekt in de schuren die er toch nog stonden. En met succes. De Nederlandse vis was zo populair dat er flink kon worden geëxporteerd. De jaarlijkse omzet van de 125 kwekerijen lag op ruim 50 miljoen euro per jaar.

“In ons land zijn veel regels, ook voor het kweken van vis. Omdat de Nederlandse vis als schoon bekend stond, was er veel vraag naar. Zo werd onder meer geëxporteerd naar Amerika en andere landen die met dollars betalen”, zegt Wim van Eijk, beleidsmedewerker binnenvisserij en aquacultuur van het Productschap Vis. Die regels bleken echter ook een belangrijke reden in de ondergang van de kwekerijen, want ze maakten de vis ook duur. “Tijdens een economische crisis letten mensen vooral op de prijs in plaats van op kwaliteit. Vooral vis uit Aziatische landen wordt heel goedkoop in de schappen gelegd. Dat kan ook omdat in die landen de arbeidskosten laag zijn en het er minder gereguleerd aan toegaat dan hier.”