Welbegrepen eigenbelang
Bram Bierens, voorzitter van het VIPDuurzaamheid staat bij velen hoog in het vaandel. Terecht, maar wat verstaat men onder duurzaamheid? Wie je ook spreekt over agrarische ketens, iedereen gebruikt de term duurzaamheid te pas en te onpas. Hoe is het eigenlijk gesteld met de duurzaamheid van de ketens in de visserijwereld?
De visserman wordt bijna dagelijks geconfronteerd met discussies over duurzaam vissen. Gaat het niet over bodemberoering, dan gaat het wel over energieverbruik of type vistuig. Of de toepasbaarheid van Food Miles (de afgelegde afstand voordat de vis de consument bereikt). Dit laatste houdt overigens een kans in voor producten uit de Noordzee!
In mijn ogen is het vooral de eerste schakel in de keten, de aanvoer, die het zwaar te verduren heeft als het gaat over duurzaamheid. Het is daarom begrijpelijk, maar niet minder jammer, dat een aantal ondernemers het vistuig in de boot laat hangen en gebruik maakt van de saneringsregeling. Wel hoop ik dat met het beschikbare kapitaal ook nieuwe visserijactiviteiten ontplooid worden die kans maken in de markt, minder energie verbruiken, en minder bijvangst en bodemberoering met zich meebrengen.
Voor de volgende schakel in de keten is duurzaamheid moeilijker te definiëren, maar minstens zo belangrijk. Een betere afstemming tussen vraag en aanbod zou wel eens cruciaal kunnen zijn voor de hele visserijsector. De Europese markt wordt sterk beïnvloed door toenemende visimport uit Azië en een groeiend aanbod van kweekvis. Hier ligt een duidelijke taak voor zowel de vissers als de collecterende en distribuerende handel. Denk hierbij ook aan de supermarkten die een steeds belangrijkere plaats innemen naast de visspeciaalzaken. Bij een toenemende consumptie van vis zijn alle afzetkanalen van groot belang. Alle mogelijkheden om het Noordzeeproduct beter in de markt te zetten, bijvoorbeeld via de kwaliteit, de verpakking, het panklaar aanbieden, dienen te worden bekeken. "Moeilijk, onmogelijk!" hoor ik diverse deskundigen al bij voorbaat zeggen.
Ik durf te stellen dat het een 'must' is om de visserijketen in zijn totaliteit te hergroeperen en dat het vooral moet komen vanuit de eerste schakel in de keten en de partijen die hun belangen behartigen. Ik zeg dit niet om de handel en verwerking onrecht aan te doen. Zij zijn als schakel onmisbaar voor de afzet van visserijproducten. De handel en de verwerking hebben echter ook eigen belangen en dit is begrijpelijk. Maar er is geen schakel in de keten waar zoveel collectieve belangen zijn als bij de vissers zelf. Zij moeten zich bundelen, met één mond spreken, een gezamenlijk vrijwillig afzetapparaat opzetten, en samen met de handel een goed product aanbieden. Soms helpt het te kijken hoe andere sectoren zich uit vergelijkbare onmogelijke posities hebben losgemaakt. Het is misschien wel aardig om eens twee voorbeelden te bespreken.
Tafelaardappelen
Nog geen tien jaar geleden had iedereen het plotseling over gifpiepers. Het was een slechte tijd voor de aardappelsector. Een beperkt aantal productiebedrijven is daarop samen met een (wederom beperkt) aantal afnemers rond de tafel gaan zitten. In eerste instantie kwamen telers met verwijten in de vorm van: "onzin, bij de afzetkanalen (supermarkten) zitten zakkenvullers". Maar daarna is gezamenlijk (collectie en afzet) een programma van eisen opgesteld. Het ging over zaken als het ras, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, over bewaarcondities en dergelijke. Dit alles is door de collectiebedrijven 'vertaald' naar de telers. Het resultaat: het woord gifpieper is verdwenen, de teler verdient weer geld, en voor de supermarkt (85% van de afzet) is het product aardappelen (weer) net zo onmisbaar als melk en brood.
Kip
Jaren geleden was kip een delicatesse. Halve haantjes eten was een luxe. Er verschenen zelfs aparte kiprestaurants (Wienerwald). Echter, door een verkeerd aanbod, zoals diepvries van onvoldoende kwaliteit tegen lage prijs, lag het product bijna letterlijk in de goot. Slagerijen gingen dicht en boeren lieten hun stallen leeg staan. Een beperkt aantal slagerijen en een beperkt aantal boeren startten opnieuw, maar nu met vers, geen diepvries. Het resultaat: Nederland is nu een kipfiletland geworden, de meeste kippenpoten en kippenvleugels verkopen wij aan het buitenland. De diepvrieskip is nog steeds te koop, maar maakt nog maar enkele procenten uit van de totale productcategorie. Elke supermarkt, maar ook slagerij en traiteur verkoopt graag kip. Soms denk ik hierbij wel eens aan onze diepvriesschol.
Het zijn twee voorbeelden van hoe het kan. Natuurlijk is het niet één op één te vergelijken, maar soms kun je leren van anderen. Niets gebeurt vanzelf, meestal gaat het 'vanzelf' juist mis. De Noordzeevisserij moet durven de bakens gezamenlijk te verzetten in de richting van duurzaamheid. Vanwege een Welbegrepen Eigenbelang.
Bram Bierens is voorzitter van het Visserij Innovatieplatform