In samenwerking ligt de kracht én de toekomst
Emiel Parlevliet, lid van het VIPFeiten. De visbestanden in de Noordzee en elders staan onder druk. Het aantal Nederlandse visserschepen is de laatste jaren sterk gedaald. Ergo: er wordt via dit kanaal minder vis aangevoerd. Dat heeft vanzelfsprekend consequenties voor de bedrijfsvoering van de visverwerkende industrie. Lees: de hele keten die volgt op aanlanding van vis tot en met het aanbieden van vis en visproducten aan de consument. Op het eerste gezicht is dit een bedreigende ontwikkeling, maar is dit aanleiding om ons over te geven aan defaitisme?
De visindustrie heeft in de geschiedenis vaker voor onneembaar geachte barrières gestaan, en die toch kunnen nemen. Tot de introductie van het haringkaken zat men met de handen in het haar over de vraag: hoe de kwaliteit van de haring te consolideren. Willem Beukelszoon bracht de oplossing.
Ook bij de invoering van het haringvangstverbod op de Noordzee (1977-1982) was het somberheid troef in menige directiekamer. Maar het was tevens een impuls voor de pelagische visserij. Dankzij de introductie van nieuwe vriessystemen konden de hiermee uitgeruste schepen ver gelegen nieuwe visgronden exploiteren. En de handel? De haringhandel zorgde ervoor dat de grondstofstroom via Scandinavië op peil bleef. Sterker nog: de maatjesharing werd een jaarrond product met alle voordelen van dien.
Zie ook de snelle ontwikkeling van viskwekerijen. Let op het verschijnen van exoten als mahi-mahi-, tilapia- en pangasiusfilets in de supermarktschappen. Waarmee ik allemaal wil aangeven dat er altijd een oplossing in het verschiet ligt. Dát is de kracht van creatief denken, aangewakkerd door een eerlijk, zakelijk belang. Zelfs als dat betekent dat er bestaande structuren voor moeten worden losgelaten.
Het kenmerk van onze visindustrie is daarom flexibiliteit. Zodra er zich commercieel toepasbare vernieuwingen aandienen, zijn wij in Nederland de eerste die ze implementeren. Maar is dat genoeg? Nee. Het gaat om een totaalproces dat begint bij het behouden van visbestanden met voldoende omvang. De vloot, de capaciteit en de vangsttechnieken moeten afgestemd zijn op het in stand houden van het ecologische evenwicht. Duurzame visserij is heden en toekomst, want het biedt uitzicht op een constante aanvoer van vis. Zeker als van meet af aan ook in de nog niet geëxploiteerde zeegebieden wordt gewerkt met TAC’S (Total Allowable Catches). Zoiets vereist samenwerking tussen overheden, Ngo´s en de visindustrie op mondiale, regionale en nationale schaal.
Standaardisatie in verwerking, kwaliteitscontrole en presentatie van vis zijn onderdelen van die gewenste duurzaamheid. De integrale keten is hierbij betrokken. Nu is de tijd om ´de koppen bij elkaar steken´ en ieders belang te stroomlijnen volgens het gezamenlijke belang. Dat wordt steeds noodzakelijker, want niet de visserijsector, maar markt en overheid stellen de norm. Daarbij hebben wij ook te maken met het ‘convenience-denken’ van de moderne consument. Het moet snel en gemakkelijk. Er moet keuze zijn. Eco-verantwoord. En het moet bijdragen aan de gezondheid. Dat laatste dient volgens mij nog meer benadrukt te worden. Simpel voorbeeld: visoliecapsules krijgen ten onrechte steeds meer het imago van vervanger van verse vis. Op de visverpakking en bij de vispresentatie moet daarom naast herkomst duidelijk vermeld worden wat de voedingswaarde is, welke vetten en vitamines aanwezig zijn en wat de betekenis daarvan is voor het welzijn. Toegegeven, dit is maar een deelmaatregel, maar het zet aan tot nadenken. En meer samenwerking. Alleen zo krijgt de branche als geheel een krachtige en herkenbare marktpositie. En een duurzame. In samenwerking ligt de kracht én de toekomst.
Emiel Parlevliet is Algemeen Directeur Seafood Parlevliet