Geef mij maar schol
Joanneke Kruijsen, lid van het VIPEr gaapt een gat. Een gat tussen het algemene imago van vis en dat van Nederlandse vis. De Nederlandse consument is er inmiddels wel van overtuigd, vis is gezond en we zouden het vaker moeten eten. Dit is een enorme kans voor de Nederlandse vissersvloot en alle partijen die daarna een rol spelen totdat de vis op het bord van die Nederlandse consument ligt. Maar daar gaapt ook het gat. Nederlandse vis ligt nog te weinig op Nederlandse borden.
Nederlandse consumenten krijgen steeds vaker te horen: consumeer duurzaam. Er zijn inmiddels 1,9 miljoen duurzame consumenten in Nederland. Daarnaast is er nog een groep van 1,7 miljoen die in de overgangsfase zit naar duurzame consument. Hier ligt een prachtkans voor duurzame, Nederlandse vis: diervriendelijk gevangen vis, met oog voor een gezonde visstand en vis die dichtbij gevangen is en niet met een vliegtuig over duizenden mijlen moet worden ingevlogen met veel zogenaamde ‘food miles’, voedselmijlen.
De Nederlandse consument wil dus meer vis eten. Maar welke vis moet er dan op het bord komen? “Graatjes, grrrr!”, en “Ik wil wel vis, maar het mag er niet uit zien als vis.” En hoe maak je vis lekker klaar? Het is eigenlijk heel simpel.
Zelf heb ik maar eens de proef op de som genomen. Ik heb tong- en scholfilet gekocht. Beiden een paar minuutjes per kant onder de gril gelegd, geen kruiden toegevoegd, geen sausjes of andere dingen die de echte smaak zouden kunnen beïnvloeden. En toen proeven. De tong proefde wat stug en droog. De schol daarentegen was zacht en mals. Ik kan pech gehad hebben, wellicht was de tong wat minder vers. En smaken verschillen. Maar daar waar de visverkoopster voor de tong koos, kies ik toch echt voor schol.
Er gaapt dus een gat. Die schol was heerlijk, echt lekker en ook nog door Nederlandse vissers in de Noordzee gevangen.
Wij – Nederlanders van vissers tot consument die kiezen voor goede vis – moeten samen aan de slag. Samen kunnen we die duurzame Nederlandse vis goed op de kaart zetten. Door samen te werken in de gehele keten, van vis tot dis, kunnen we de schol een hoger aanzien geven.
De vissers gaan de zee op met zuinigere kotters en zij vangen met grotere maaswijdte grotere vissen. De visstand wordt nauwkeurig in de gaten gehouden. Alle boten werken mee aan een wetenschappelijk monitoringprogramma. Van januari tot maart wordt er niet gevangen.De consument accepteert ook dat er dan geen schol beschikbaar is, want er is een voorlichtingsprogramma over duurzame schol. In dit programma is aandacht voor duurzame vangtechnieken, de paaiperiode, het belang van het vangen van grotere vissen, ‘food miles’ enlekkere recepten. De vissers krijgen voor deze duurzaam gevangen vis een betere prijs. Deze vis krijgt een Nederlands keurmerk voor kwaliteitsvis die duurzaam is gevangen door Nederlandse vissers die dus weinig ‘food miles’ hebben. De visser is herkenbaar in beeld.De scholfilet ligt niet onherkenbaar onder in het koelvak, maar wordt in een herkenbare verpakking, op ooghoogte verkocht aan de klant met daarbij wekelijks een nieuw recept. Op televisie wordt in kookprogramma’s regelmatig met schol gekookt. In toprestaurants staat schol regelmatig op het menu.
Laten we samen kiezen voor dit integrale aanvalsplan om duurzame Nederlandse vis, te beginnen met schol, tot een sterk merk te maken waar we allemaal trots op zijn: Nederlandse vis, het beste wat er is.
Joanneke Kruijsen is voormalig lid van de PvdA Tweede Kamerfractie