Er gebeurt hartstikke veel...
Door Henk Riphagen, projectleider innovatie NoordzeevisserijAls je dezer dagen naar de Nederlandse visserij kijkt, dan zie je dat er veel innovatie-initiatieven worden genomen. En dat is bijzonder positief, want al deze projecten helpen de sector om zelf een goed toekomstperspectief te creëren.
Kijk bijvoorbeeld eens naar de ontwikkeling van de vistuigen. Jarenlang was de boomkor de maat der dingen. Deze is bijzonder efficiënt in het vangen van platvis maar gebruikt veel gasolie. Er zijn nu enkele ontwikkelingen tegelijkertijd gaande. Naast het elektrisch vissen met de pulskor hebben vissers ook bemoedigende ervaringen met zwevende tuigen die exotische namen als ‘sumwing’ en ‘hydrorig’ dragen. Deze vissen allemaal een stuk lichter dan de zware boomkor en vangen nagenoeg evenveel schol en vooral tong. Enkele durfals hebben nu bedacht om het sumwing tuig te combineren met de elektrische pulsen die zijn ontwikkeld door de pulskortechnologie. Prima! Nog lichter vissen terwijl je minstens evenveel tong vangt als met de boomkor. En dat zal vast nog niet het einde zijn van de ontwikkeling van de vistuigen.
Dan de markt. De visprijzen zijn op dit moment natuurlijk bijzonder beroerd, maar dat houdt vissers niet tegen om met de markt bezig te zijn. Zo werken groepen vissers aan duurzaamheidcertificering op basis van de criteria van het Responsible Fishing Scheme (RFS) en de Marine Stewardship Council (MSC). Er zijn al een paar kottervissers die het RFS-certificaat hebben gekregen en een scholvisser mag het MSC-predikaat voeren. Garnalenvissers zijn in de weer met het MSC-certificaat net als de staand wantvissers. Ik vind dit een uitstekende ontwikkeling, want consumenten zullen in de toekomst steeds meer vragen naar duurzame vis. Ook werken vissers aan het slimmer vermarkten van vis. Vorig jaar was er het experiment met Neeltjes Dagvangst, vis direct uit het schip in de supermarkt. Het was goed om daar ervaring mee op te doen. Nu promoot Albert Heijn schol en tong met het project ‘Vis van dichtbij’. Kortere aanvoerlijnen, verser en een beter imago zijn hierbij de steekwoorden. Ik merk zelf hoe moeilijk het soms is om ingesleten gedrag bij vissers en handel te veranderen, bijvoorbeeld aanvoeren op vrijdag. Het North Sea Fish Center is bezig met de exportmarkten, ze probeert de verwerkte vis op een betere manier in de markt te zetten.
Er gebeurt op innovatiegebied dus hartstikke veel. Daar mag de visserijsector best trots op zijn. Maar is het genoeg? Nee, natuurlijk niet, er moet de komende jaren volgens mij nog veel meer gebeuren. Innovatie is een zaak van lange adem, daar heb je vele jaren voor nodig. En uiteraard hoort vallen en opstaan er ook bij. Het is helemaal niet erg als projecten mislukken, wanneer twee van de tien innovatieprojecten uiteindelijk leiden tot een blijvende doorbraak, dan heb je het goed gedaan. Omdat de risico’s bij innovatieprojecten groot zijn, moet de overheid bijspringen met geld. Dat vind ik normaal. Voor goede ideeën is er altijd geld!
Henk Riphagen werkt bij het InnovatieNetwerk in Utrecht